Categories
Review RevUU Spring 2021

Op zoek naar vervangende tekens voor rouw: Een recensie van Emma van Meyerens Ook ik ben stukgewaaid: Essays over rouw

Design: Kris van der Voorn

Door Jane Singer

Het boekje is klein, dun, en voelt licht in mijn hand, terwijl het onderwerp zo zwaar lijkt. Ook ik ben stukgewaaid: Essays over rouw is een bundel van drie essays over herinneringen, rituelen en rouwpatronen. Het boek beschrijft zichzelf als “een collectie van notities over aanhoudende rouw”. De essays bieden reflecties op de rol van rouw in Van Meyerens leven—zij verloor zelf tien jaar geleden haar moeder op jonge leeftijd. Deze reflecties worden onder andere geleid door theorieën over rouw, boeken van Patti Smith, Marieke Lucas Rijneveld’s De avond is ongemak, en het werk en de ervaringen van Amerikaanse dichter CACondrad en Belgisch filmmaker Chantal Akerman. De kracht van de bundel zit hem voor mij dan ook in hoe Van Meyeren omgaat met deze originele leidraden die nieuw perspectief bieden op een onderwerp dat anders een magneet is voor clichés.   

Samen alleen rouwen  
De titel Ook ik ben stukgewaaid—die overigens een citaat is uit Astrid Roemers NoordzeeBlues—suggereert dat rouw veel mensen treft. “Er klopt iets niet aan rouw als individuele ervaring”, merkt Van Meyeren terecht op (39). Uiteindelijk treft het iedereen. Ik ben ook stukgewaaid toen mijn vader bijna twee jaar geleden overleed. Toch voel ik mij eenzaam in mijn rouw—mijn rouw. Maar waarom is rouw een eenzame ervaring, terwijl iedereen er mee te maken krijgt? Van Meyeren schrijft onder andere over deze “geïndividualiseerde rouw” met behulp van Alessa Ricciardi’s The Ends of Mourning (33). Volgens Ricciardi is rouw in een Westerse, kapitalistische samenleving een privéaangelegenheid (33).  

Ik vraag me af of ook de angst voor de dood of het negatieve en zwaarmoedige stigma rondom de dood een reden is waarom rouw in de marge beland is

Dit is één van de paradoxen van rouw die naar voren komen in de bundel, een paradox die mij bekend voorkomt uit niet alleen mijn eigen beleving, maar ook uit Helen Macdonald’s memoire H Is For Hawk. Tijdens het lezen van Ook ik ben stukgewaaid moest ik vaak denken aan Macdonald. In dit geval aan deze zinnen uit haar  memoire: “It happens to everyone. But you feel it alone. Shocking loss isn’t to be shared, no matter how hard you try” (13). Hartverscheurend verlies is er niet om te delen. Het laat zich niet delen. Dat mag niet. Van wie niet? Van het kapitalisme? Als het aan Van Meyeren ligt wel. We zijn volgzamere consumenten wanneer we ons niet verbonden voelen met elkaar (33).  

Ik vraag me af of ook de angst voor de dood of het negatieve en zwaarmoedige stigma rondom de dood een reden is waarom rouw in de marge beland is, in ieder geval in de marge van de Westerse samenleving. Net voordat ik aan de bundel begon was ik An Idiot Abroad aan het kijken:  een  komische  reisdocumentaire-serie over een klagende Brit, Karl Pilkington, die tegen zijn zin in eropuit gestuurd wordt om nieuwe ervaringen op te doen in verre landen, waar hij alles raar, exotisch en vooral verschrikkelijk vindt. In China gaat Karl lunchen bij een familie waarvan de man buiten bezig is met het maken van een grafkist voor zijn vrouw: een zestiger die er nog gezond uit ziet. “Doesn’t this depress you, seeing this every day when you leave your house?[…] I  don’t  want  to  be  reminded  that  I’m  gonna  die, not every day,” vraagt Karl aan de Chinese vrouw. Maar zij zegt dat ze niet bang is voor de dood en zich daar geen zorgen om maakt.   

Rituelen  
Een ander probleem dat Van Meyeren herkent in haar “wester-seculiere omgeving” is het gebrek aan rouwrituelen (30). Volgens Van Meyeren is dit een enorme tekortkoming, omdat rituelen helpen met het onderhouden van een relatie met een overledene. Rituelen kunnen het verleden verbinden met het heden. Van Meyeren schrijft over de somatische, dat wil zeggen lichamelijke, rituelen van CACondrad die hen uitvoert naar aanleiding van de zelfmoord van hun vriend Earth en hun daaropvolgende depressie. Deze rituelen lijken compleet willekeurig: “Het eerste ritueel hield in dat hen een rode pruik opzette en een hele dag rood voedsel at. Andere rituelen in reactie op het verlies van Earth worden uitgevoerd door bijvoorbeeld verhalen uit het nieuwe testament te zingen, daarna te schreeuwen, en vervolgens in een blender te stoppen samen met kristalwater” (37). Van Meyeren benadrukt dat zulke rituelen geen oplossing zijn voor rouw—rouw valt immers niet op te lossen op een manier dat het beëindigd wordt—maar dat deze wel kunnen werken, kunnen helpen. Van Meyeren lijkt bij voorkeur rouwen vooral als een fysieke bezigheid te zien.  

De nadruk op het fysieke komt ook terug in het belang van objecten in de bundel. Objecten verbinden net als rituelen het verleden met het heden. In het boek worden objecten als de zwarte Renault  Mégane  van Van Meyerens moeder of de fromage  blanc waar Akermans moeder van hield, gezien als metaforen die de afwezigheid van iemand communiceren. Op die manier vormen metaforen een taal voor rouw, een taal die we volgens Van Meyeren vooral moeten binnenlaten. 

Van Meyeren lijkt bij voorkeur rouwen vooral als een fysieke bezigheid te zien.

Alledaagse rouw  
Ook het alledaagse van rouw wordt besproken in de bundel. Patti Smith, zo schrijft van Meyeren, beschouwt de dood niet “als een uitzondering op de normale gang van het leven”, maar Smith is “constant gericht op de aanwezigheid van afwezigheid” (23). Het belang van het alledaagse in relatie tot rouw komt met name naar voren als het over ‘secundair verlies’ gaat. “Primair is het verlies van de persoon die overleden is, secundair het verlies van relaties en gewoonten die veranderen door het primaire verlies” (46). Op “het terrein van de rommelige, alledaagse ervaringen” komen primair en secundair verlies samen (47).   

De objecten of metaforen, ook wel motieven genoemd in de bundel, maken ook dat rouw plotseling heel sterk aanwezig kan zijn in het dagelijks leven. Bijvoorbeeld als die zwarte Renault Mégane ineens de hoek omrijdt. Dit plotselinge maakt dat Van Meyeren rouw vooral ziet als een “opdringerige oscillerende beweging” (52). Deze onvoorspelbare kant van rouw doet mij weer denken aan Macdonald, die schrijft dat de archeologie van rouw niet gerangschikt is en dat er verrassende dingen aan het licht kunnen komen, dingen waarvan je misschien dacht dat je ze vergeten was: “The archaeology of grief is not ordered. It is more like earth under a spade, turning up things you had forgotten. Surprising things come to light: not simply memories, but states of mind, emotions, older ways of seeing the world.” (199)   

Op zoek naar nieuwe tekens  

Rouw heeft meer erkenning nodig, zo concludeert Van Meyeren, maar ook meer taal, meer dan de woorden die we lezen in overlijdensberichten. Daarom gaat Van  Meyeren op zoek naar “vervangende tekens” (56). Zij zoekt naar deze tekens in poëzie, film en prosa, maar ook haar bundel behoort nu tot het domein dat zowel erkenning voor rouw opeist, als woorden biedt om het te beschrijven en samen te bespreken.

Alsof je rouwen op een to-do lijst kan zetten en het door kunt strepen als je voor vijf jaar lang elke week even een kaarsje hebt aangestoken en een traan gelaten

Marja Pruis schrijft in De Groene Amsterdammer dat de bundel haar verraste “vanwege iets principieels, iets wat ik zelf nooit zo beseft had dat dit ook tot de mogelijkheden behoorde, namelijk dat je degene om wie je rouwt niet loslaat”. Dit principe wordt in stand gehouden door woorden als ‘rouwproces’ en rouwverwerking’ die suggereren dat rouw een einde kent. Je moet slechts het proces doorlopen, het verwerken doen. Alsof je rouwen op een to-do lijst kan zetten en het door kunt strepen als je voor vijf jaar lang elke week even een kaarsje hebt aangestoken en een traan gelaten. Dit moet toch wel één van de best verborgen geheimen van onze samenleving zijn; dat rouw geen einde kent en volgens Van Meyeren “misschien zelfs geen begin”. Dit is iets wat alleen ervaring of boeken zoals deze je leren.  


Jane Singer is the Managing Editor of RevUU. She works as a student assistant for the department of Literary Studies at Utrecht University, as well as a freelance journalist for the university’s independent news platform DUB. She completed an MA in contemporary literature at UU and is currently doing an MA in South Asian Studies at Leiden University, specialising in contemporary South Asian literature.

Foto door Jane Singer


Bibliografie

Pruis, Marja. “De doden in je leven bijhouden.” De Groene Amsterdammer,  22 december 2020, 

https://www.groene.nl/artikel/de-doden-in-je-leven-bijhouden.

Macdonald, Helen. H Is For Hawk.  Pen-guin  Random House, 2014.  

Van Meyeren. “Ook ik ben stukgewaaid.”  Chaos, 2020. 

One reply on “Op zoek naar vervangende tekens voor rouw: Een recensie van Emma van Meyerens Ook ik ben stukgewaaid: Essays over rouw”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s